401 Waterloo-systeem: Montagehandleiding 6.0 Poortverbindingen

6.1 Open buizen bevestigen

Benodigde gereedschappen en accessoires: Oetiker tang, buissnijder, zwarte elektrische tape, staaf/bezemsteel, schuurpapier.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 1 benodigde gereedschappen en accessoires

Figuur 6-1 Benodigde gereedschappen en accessoires

Begin met de diepste poort (poort 1) en ga bij het boorgat staan met de spoel slangen (1/2″OD x 3/8″ID of 5/8″OD x 1/2″ID) in de hand. Een bezemsteel of vergelijkbare stok werkt goed om de spoel vast te houden. Een tweede persoon ‘loopt’ het uiteinde van de slangen naar het gemeten referentiemerk (paragraaf 4.0). Zodra het uiteinde van de slangen tot aan deze referentiemarkering is getrokken, brengt u op ongeveer 30 cm van het uiteinde van de slangen een label aan. Zwarte elektrische tape werkt goed. Gebruik de zwarte tape om het aantal stroken dat overeenkomt met het poortnummer rond het uiteinde van de slang te wikkelen (d.w.z. 1 strook zwarte tape staat voor poort 1). Knip de slangen af bij de spoel.

Er kan 1/2″OD x 3/8″ID of 5/8″OD x 1/2″ID slang worden gebruikt. De 1/2″OD slang wordt direct op de poortstang geklemd met een Oetiker #14 klem, terwijl de 5/8″OD slang over een 3″ lengte van 1/2″OD slang past voordat deze op de poortstang wordt geklemd met een Oetiker #17 klem.

installatie waterloo meerlagensysteem figuur 6 2 slang wordt naar referentiemarkering getrokken

Figuur 6-2 Leiding wordt naar referentiemarkering getrokken

Opmerking:

Vergeet niet om elk uiteinde van de slang/kabel te labelen.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 63 5 8 inch od bij 1,5 inch id-slang bevestigd over 3 inch van 1,5 inch od bij 3,8 inch id-slang aan poortsteel met oetiker nummer 17 klem

Figuur 6-3 5/8″OD x 1/2″ID-slang bevestigd over 3″ 1/2″OD x 3/8″ID-slang aan poortsteel met Oetiker #17-klem

Rol bij de volgende Poort de slang af tot het einde van de vorige afgeknipte slanglengte en knip bij deze nieuwe referentiemarkering. Gebruik deze referentie voor de overige poorten, zodat als er meer poorten worden toegevoegd, de uiteinden van de slangen en kabels op hetzelfde punt samenkomen. Vergeet niet om elke buislengte te labelen terwijl u verder gaat.

Zorg ervoor dat het uiteinde van de slang bij de poort goed is afgesneden. Plaats een Oetiker #14 klem over de slang en druk het uiteinde van de slang op de roestvaststalen poortstang. Knijp met de Oetiker tang de ‘schouders’ van de klem samen om de slang stevig aan de steel te bevestigen.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 4 een halve inch od bij drie acht inch id-buis bevestigd aan poortsteel met oetiker nummer 14 klem

Afbeelding 6-4 Buis met 1/2″ buitendiameter x 3/8″ binnendiameter bevestigd aan poortsteel met Oetiker #14-klem

Opmerking:

Bij gebruik van 5/8″OD-slang moet eerst een 1/2″OD-slang van 3″ lengte op de poortsteel worden geschoven. Vervolgens wordt de 5/8″OD-slang over de 1/2″OD-slang geschoven en op de poortsteel geklemd met een Oetiker #17 klem (zie Afbeelding 6-3).

6.2 Trillende draadomzetters (VWT) bevestigen

Benodigde gereedschappen en accessoires: 11/16″ (18 mm) en 5/8″ (16 mm) sleutels.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 5 benodigd gereedschap en accessoires

Afbeelding 6-5 Benodigde gereedschappen en accessoires

Alle VWT-kabels zijn op de lengte afgeknipt die bij de oorspronkelijke bestelling is gevraagd. In deze lengte is ook een extra onvoorziene afwijking van 10% inbegrepen. De totale kabellengte staat op het uiteinde van de kabel vermeld.

Vergelijk het serienummer op de behuizing van de VWT met het gelabelde kabeluiteinde en het bijbehorende “Kalibratierapport van de trilgoottransducer” dat bij de zending is geleverd (zie bijlage II).

Opmerking:

Vergelijk het serienummer op de behuizing van de VWT met het label aan het einde van de kabel.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 6 voorweken van de trildraadopnemers

Afbeelding 6-6 De trillende draadopnemers vooraf inweken

Laat alle VWT’s ongeveer 30 minuten weken in het boorgat of in een emmer water met dezelfde temperatuur als het boorgatwater. Zodra de VWT gestabiliseerd is, haal je hem net uit het water en noteer je de gemeten temperatuur van de transducer en de trillingswaarde. Noteer deze waarde in het installatie logboek als de ‘nulwaarde’ van de VWT.

Vergelijk deze ‘nulwaarde’ met de ‘Fabrieksnulpuntwaarde’ op het kalibratierapport. Deze waarden mogen niet meer dan 0,1% van de volledige schaal verschillen. Onthoud dat de druk varieert met de hoogte (uw locatie versus de kalibratielocatie in de fabriek), temperatuur en barometerdruk.

De ‘nulwaarde’ wordt gebruikt om af te trekken van alle toekomstige druk-/kopmetingen om de uiteindelijke waterdiepte te berekenen. Zie Appendix III voor een voorbeeld van een berekening van de waterdiepte.

Rol de kabel van de VWT uit tot de volledige lengte. Schuif de 3/8″ SS klemkoppeling met bevestigde VWT op de poortstang. Draai de twee moeren van de compressiefitting met de 11/16″ en 5/8″ sleutels 1 en 1/4 slag vast op de poortstang.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 7 trillende draadomvormer

Opmerking:

Noteer de VWT ‘nulwaarde’ op het installatie logboek. Deze is nodig als benchmark voor alle toekomstige metingen.

installatie waterloo meerlagensysteem figuur 6 8 trildraad drukopnemer vastdraaien aan monsternamepoort

Afbeelding 6-8 Drukopnemer met trildraad vastdraaien aan bemonsteringspoort

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 9 trildraaddrukopnemer aangesloten op bemonsteringspoort

Afbeelding 6 9 Drukopnemer met trillende draad aangesloten op bemonsteringspoort

6.3 Een pomp aansluiten (blaas of dubbel ventiel)

Benodigde gereedschappen en accessoires: buissnijder, Oetiker tang, Oetiker klemmen, schuurpapier, 10 cm (4″) buis met een buitendiameter van 1/2 inch x een binnendiameter van 3/8 inch, zwarte elektrische tape, staaf/bezemsteel.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 10 benodigde gereedschappen en accessoires

Afbeelding 6-10 Benodigde gereedschappen en accessoires

Er zitten twee stelen op elke pomp. De kortere steel is de bemonsteringsstang, waarop de bemonsteringsleiding (wit/natuurlijk) wordt aangesloten. De langere steel is de aandrijfgasstang, waarop de aandrijflijn wordt aangesloten. Afhankelijk van of je LDPE of Teflon gebruikt, is de aandrijflijn respectievelijk rood of wit/natuurlijk.

installatie waterloo meerlagensysteem figuur 6 11 vijfacht inch bij zes inch pomp met dubbele klep

Afbeelding 6-11 5/8″x6″ Pomp met dubbele klep

Begin met de diepste poort (poort 1) en ga bij het boorgat staan met de spoel slangen in de hand. Een bezemsteel of vergelijkbare stok werkt goed om de spoel vast te houden.

Identificeer/label het uiteinde van deze slang door een stuk zwart plakband van 25 mm rond de slang te wikkelen zodat er een ‘zwarte band’ ontstaat. Laat elke band het nummer van de poort voorstellen. Hier geeft één band van de tape op het uiteinde van de slang aan dat deze slang op poort 1 wordt aangesloten. Als je teflonslang gebruikt, gebruik dan een andere kleur tape om de aandrijflijn aan te geven.

Een tweede persoon ‘loopt’ het uiteinde van de gelabelde slang naar de gemeten referentiemarkering. Zodra het uiteinde van de slangen tot aan dit referentiemerk is getrokken. Knip de slangen bij de spoel door.

Bij de volgende Poort rolt u de slang af tot het einde van de vorige afgeknipte slanglengte en knipt u bij deze referentiemarkering. Gebruik deze referentie voor de overige poorten, zodat als er meer poorten worden toegevoegd, de uiteinden van de slangen en kabels op hetzelfde punt samenkomen. Vergeet niet om elke slanglengte van een label te voorzien.

Opmerking:

Gebruik de zwarte tape om het aantal stroken dat overeenkomt met het poortnummer rond het uiteinde van de slang te wikkelen (d.w.z. 1 strook zwarte tape staat voor poort 1).

Maak een schone, verse snede aan beide slanguiteinden bij het boorgat. Plaats een kleine Oetikerklem met dubbele oren over elke pompstang. Wikkel een klein stukje schuurpapier om de slang voor ’tractie’ en duw de bemonsteringsslang over de kortere pompsteel. Gebruik het schuurpapier om de aandrijfslang over de langere pompstang te duwen. Als je een slang met teflonvoering gebruikt, controleer dan of de teflonvoering niet is losgekomen van de slang terwijl je deze op de pompsteel duwt. Als je een ‘luchtbel’ door de slang ziet, trek hem dan van de steel, maak een nieuwe snede en begin opnieuw met deze stap.

Opmerking:

Als u teflonbuizen gebruikt, zorg er dan voor dat de teflonvoering niet losraakt en een zichtbare ‘bel’ veroorzaakt bij de poortsteel.

installatie waterloo meerlagensysteem figuur 6 12 gebruik van schuurpapier om slang op pompstang te duwen

Figuur 6-12 Gebruik van schuurpapier om de slang op de pompstang te duwen

Gebruik de Oetiker tang om beide oren van elke klem stapsgewijs dicht te knijpen. Wissel af van het ene oor naar het andere en knijp de oren langzaam dicht. Herhaal deze cyclus 2 of 3 keer om een goede krimp te krijgen. Als de klem goed gesloten is, zou u geen licht meer door de oren van de klem moeten kunnen zien.

Snijd een stuk 1/2″OD x 3/8″ID slang van ongeveer 100 mm lang. Duw dit ongeveer 50 mm op de poortsteel. Gebruik de Oetiker-tang om een #14 Oetikerklem over de slang te krimpen en deze aan de poortsteel te bevestigen.

installatie waterloo multilevelsysteem figuur 6 13 slangen bevestigd aan poortsteel

Afbeelding 6-13 Slang bevestigd aan poortsteel

Plaats nog een #14 Oetikerklem over het open slanguiteinde met 1/2″OD x 3/8″ID. Duw de pompinlaat in het slanguiteinde. U zult merken dat de inlaat van de pomp verzonken is om de Oetikerklem te ontvangen. Krimp de klem op de pomp.

installatie waterloo meerlagensysteem figuur 6 14 pomp aangesloten op poortstang

Afbeelding 6-14 Pomp aangesloten op poortstang